Investeringen in opkomende economieën zijn essentieel voor het versterken van ons verdienvermogen, schrijft Melanie Maas Geesteranus, CEO van Invest International.
Een weerbaarder Nederland
In het debat over een weerbaarder Nederland en het behouden van onze positie in de wereldtop wordt het belang van investeren in ontwikkelingseconomieën vaak onderschat. We moeten minder naar binnen gericht zijn en een krachtig handelsmodel omarmen, waarin internationale handel draait om halen én brengen.
Van industrie tot ondernemersorganisaties en politiek; overal laait de discussie op over de economische positie en het investeringsklimaat van Nederland. Onze focus ligt vaak op Nederlandse startups, scaleups en techbedrijven; terecht gezien als innovatieve groeimotoren.
Maar de reflex om vooral naar binnen te kijken – ‘we hebben hier al genoeg te doen’ – is te beperkt. Hierdoor ontstaat het idee dat buitenlandse handel en investeringen minder urgent zijn en dat we miljarden op ontwikkelingssamenwerking kunnen bezuinigen. Een jammerlijke misvatting. Juist deze investeringen versterken onze handelsrelaties en daarmee de potentie om onze afhankelijkheid van kritische grondstoffen te verminderen. Essentieel voor onze toekomstige weerbaarheid, ons verdienvermogen en onze concurrentiekracht.
Internationale handel = welvaart
Onze welvaart is immers stevig geworteld in internationale handel en verantwoordelijk voor circa 2,6 miljoen banen in Nederland, ongeveer een derde van alle banen . Het CBS bevestigt in de Handelsmonitor 2025 dat buitenlandse investeringen de Nederlandse export en werkgelegenheid vergroten. Nederland behoort tot de top vijf exportlanden wereldwijd. Jaarlijks levert de export ongeveer 375 miljard euro aan netto-inkomsten op. Dat is ruim één derde van alles wat we in Nederland verdienen. In het kielzorg daarvan versterkt handel kennisuitwisseling, kapitaalstromen en productiviteit van Nederlandse bedrijven en worden handelsrelaties verstevigd.
De link met investeren in ontwikkelingseconomieën is evident. Dat blijkt uit onderzoeken zoals die van de Universiteit van Göttingen, uitgevoerd in opdracht van onder meer Cordaid. In het rapport Domestic Effects of Foreign Aid staat dat ‘elke euro die Nederland besteedt aan ontwikkelingssamenwerking gemiddeld leidt tot ruim twee euro aan extra export van goederen en diensten’..

Nederland werkt al eeuwen samen met ontwikkelingseconomieën en heeft jarenlang expertise ingebracht in onder meer landbouw, water en infra, kustversterking en gezondheidszorg. Vaak zonder daarvoor veel terug te vragen. In de huidige ‘voor wat hoort wat’-economie moeten we het principe van internationale handel herzien en uitgaan van halen en brengen. Het koppelen van de uitdagingen van Nederland en Europa aan die van strategische partners in opkomende markten versterkt onze handel en strategische autonomie.
Op het wereldtoneel krijgen actieve industriepolitiek en protectionisme een grotere rol. We gaan naar een tijd waarin we gerichte publieke investeringen willen doen in infrastructuur en ontwikkelingseconomieën. Deze investeringen brengen daar duurzame ontwikkeling en vergroten toegang tot cruciale grondstoffen en middelen die in Nederland schaars zijn. Ze openen ook deuren voor Nederlandse bedrijven om hun kennis en expertise in te zetten en hun verdienvermogen te verhogen, wat de invloed van Nederland en Europa in de wereld versterkt.

Global Gateway
Het hulp- en handelsbeleid van het ministerie van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking sluit daarbij aan en wil Nederlandse bedrijven beter positioneren voor internationale opdrachten. Onder meer met concessionele leningen onder gunstige voorwaarden en een sterkere link tussen middelen en strategische, Nederlandse belangen. Een andere vereiste is dat binnen projecten wordt samengewerkt met Nederlandse bedrijven of technologie. Hulp en handel zijn met elkaar vervlochten en zorgen – wanneer goed ingezet – voor wederkerige groei.
Zo werkt China aan het Belt and Road Initiative, waarmee het grootschalig in infrastructuur investeert om toegang tot essentiële grondstoffen zoals lithium en koper veilig te stellen. Europa zet daar een alternatief tegenover: Global Gateway, een initiatief dat tegen 2027 €300 miljard wil mobiliseren voor duurzame en betrouwbare infrastructuur in partnerlanden. Met name voor sleutelgebieden zoals energie, transport, digitale connectiviteit, gezondheid en onderwijs. Het gaat om ontwikkeling, strategische autonomie, klimaatbestendigheid en eerlijke partnerschappen.
Lobito Corridor
Een concreet Global Gateway voorbeeld is de Lobito Corridor, een infrastructuurproject waarmee een spoorlijn wordt gerealiseerd tussen de haven van Lobito in Angola en de mineraalrijke regio’s van Zambia en de Democratische Republiek Congo. Deze corridor verstevigt de export van kritieke grondstoffen als koper en kobalt, onmisbaar voor energietransitie en digitale technologieën. Door betrokken landen toegang te bieden tot wereldmarkten via de Atlantische Oceaan, draagt het project ook bij aan regionale integratie, economische ontwikkeling en stabiliteit in zuidelijk Afrika en maakt de afhankelijkheid tussen deze landen en bijvoorbeeld China minder.
Nederland is betrokken bij de Lobito-corridor via Invest International, dat meer dan 100 miljoen euro aan infrastructuurinvesteringen heeft toegezegd. Er wordt gewerkt aan een logistiek platform om de handel te vergemakkelijken, de betrekkingen tussen de EU en Angola te versterken, de aanvoer van kritieke grondstoffen veilig te stellen en de Nederlandse expertise op het gebied van logistiek en corridorontwikkeling onder de aandacht te brengen.

Foto: Foto gemaakt tijdens de AU-EU-top 2025 voor de eerste proef met e-gecertificeerde containers met avocado's via de Lobito Corridor naar de haven van Rotterdam.
Toekomst & het Nederlandse bedrijfsleven
Kortom: beschouw ontwikkelingssamenwerking en investeringen in opkomende economieën niet als kosten, maar als onmisbare investeringen in onze toekomst en in het Nederlandse bedrijfsleven. Ze vergroten de economische veerkracht, openen nieuwe markten, versterken het concurrentievermogen en bevorderen de mondiale stabiliteit. Door te bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking en internationale investeringen in partnerlanden, ondermijnt Nederland zichzelf. Snijden in deze budgetten is schieten in eigen voet. Alleen door strategische samenwerking, waarbij hulp en handel hand in hand gaan, kunnen we een toekomst creëren die rijker, veerkrachtiger en duurzamer is.